Translate

donderdag 20 februari 2014

Boosting your Bonsai with Mycorrhizae

An article I've only just recently finished and wanted to post on my blog. About mycorrhizae in general, but also discussing its use for inoculation in bonsai substrate/soil, its possible benefits, some do's and dont's

ONLY IN DUTCH, as for now. If you can't wait, try using the robot translator on my blog (with its obvious limitations).

English version will follow, soon

Use of contents is fine, if you mention copyright by ©http://bonsaivlaamseardennen.blogspot.com
Refer to this article by using the full weblink address:
http://bonsaivlaamseardennen.blogspot.be/2014/02/boosting-your-bonsai-with-mycorrhizae.html

Mycorrhizae, een natuurlijke boost voor uw bomen


Een boost voor uw bomen? Meer vitaliteit en veerkracht, dat wenst inderdaad wel elke liefhebber zijn bonsai toe. Mycorrhizaeschimmels hebben net dat in hun mars voor onze bomen, een natuurlijk wondermiddeltje, zonder hocus pocus.

In een notendop, Myco (het griekse Mykès) staat voor schimmels, zwammen, paddenstoelen, en rhiza kunnen we omschrijven als ‘wortel’. Met mycorrhizae bedoelen we de mutualistische symbiose tussen schimmels en plantenwortels. Anders gezegd, het gaat om een wederzijdse samenwerking waar zowel schimmel als plant hun voordeel uit halen. In ruil voor bepaalde suikers levert de schimmel water en voedingsstoffen aan de boom die ze uit de omgevende bodem halen. Om dat te kunnen doen scheiden ze enzymes af, die als het ware de ‘ruwe grondstoffen’ uit de bodem omzetten in bruikbaar voedsel. Zij kunnen dat voedsel dus in een voor de boom veel efficiëntere ‘verpakking’ aanleveren zeg maar. Om een belangrijk voorbeeld te geven, zo kan het mycelium (netwerk van schimmeldraden) van mycorrhizae fosfaat (an)ionen in een voor de boom beschikbare vorm leveren, beter dan bomen dat voor zichzelf kunnen. Het eigen wortelstelsel van de boom kun je, met die kennisbril op, dus bijna amateuristisch noemen in vergelijking met het mycelium van mycorrhizae. Bomen zijn bourgondisch in hun eetmanieren en mycorrhizae zijn de gastronomen? Als boom zou ik ook af en toe gaan tafelen bij mijn buren!

In de natuur hebben bomen in symbiose met mycorrhizae op die manier een ‘nuttig’ wortelstelsel met een bereik dat vele malen groter is dan dat van alleen hun eigen wortelstelsel. Het is ook bekend dat er tussen myceliums van gemycorrhizeerde bomen onderling ook contact gelegd wordt, alsof er een soort intelligentie optreedt waarbinnen druk gecommuniceerd en ook bijgestuurd wordt. Zo is het bijvoorbeeld al wetenschappelijk aangetoond dat bij verzwakking van de boom de mycorrhiza meer voedingsstoffen zal beginnen aanleveren om de boom er sneller bovenop te helpen. Immers, hoe sneller de boom terug de oude is, hoe sneller de schimmel ook weer kan profiteren van een herstelde toevloed aan suikers.  Natuurlijk, die wonderkrachten hebben ook maar tot op een bepaald punt hun effect, bijvoorbeeld als de boom door (meestal) externe factoren te verstoord of te beschadigd is geraakt waardoor bijvoorbeeld een parasitaire schimmel (een boom‘verbruiker’) zijn kans heeft gegrepen om een aanval in te zetten. Wanneer de boom terminaal wordt zal de myccorhiza dit ook ‘weten’ en de toevoer van voedingsstoffen minderen of op een bepaald moment stopzetten. De symbiose met die boom houdt op te bestaan. Soms kan een goedaardige mycorrhizaschimmel op die manier zelf ook geparasiteerd worden door een andere schimmel doordat hij op zijn beurt zo verzwakt is geraakt omdat hij geen suikers meer doorkreeg van de wegkwijnende boom.

Een ander voorbeeld van samenwerking en communicatie is hoe jonge zaailingen in het valgebied van de zaadjes rondom de moederboom in hun prille levensfase ‘geholpen’ worden door het ouderlijke mycelium rondom de moederboomwortels. Het zaailingetje krijgt in het begin meer voedingsstoffen (‘bescherming’ dus) dan in de volgende en latere levensfase waar het boompje al goed uitgeschoten is en beter op zichzelf kan staan. Slim gezien toch, want hoe verzeker je als mycorrhiza je eigen toekomst beter dan te voorzien in genoeg sterke, gezonde toekomstige leveranciers van suikers.
Deze korte opsomming en samenvatting doet natuurlijk weinig recht aan het hele verhaal dat te vertellen valt over bomen en de symbiose met mycorrhizae. Daarom nam ik op het eind van dit artikel wat nuttige links en interessant leesvoer op.

Mycorrhizae hebben we niet nodig voor het gedijen van onze bonsai?

Een speciaal aangepast substraat, een eigen uitgekiende en gebalanceerde bemesting, een geschikte standplaats, een consequente bewatering… Heel soms wordt de idee van deze ‘perfecte totaalbenadering’ dan in (bonsai)boeken geportretteerd als dé basishandleiding voor het telen van vitale bonsaibomen. Een handleiding, die als je ze volgt inderdaad wel succes oplevert, dat zal elke liefhebber wel beamen. Maar daar stopt het dan in de meeste boeken, en bij de meeste demo’s.  In elk boek vindt je geheid als afsluiter dan wel een hoofdstuk over ziekten en plagen, voor als het toch nog misgaat. En opnieuw, daar stopt het. Met één of meerdere preventieve of curatieve behandelingen slaan onze bomen zich dan wel door zo’n onfortuinlijke tegenslag die niet had mogen zijn. Maar laten we eerlijk zijn, dat die er wél zijn is ook deel van de natuur. Onze boompjes koesteren we natuurlijk té veel om ze zomaar te laten kwijnen onder een ziekte of schimmelplaag.
Beeldt u anderzijds eens in dat u minder zou moeten ingrijpen omwille van ziektes en plagen? Minder nood aan middeltjes en behandelingen, of dat u uw bomen gewoon wat meer zorgeloos kunt laten gedijen. Of dat een droogteperiode mogelijks wel eens minder schade berokkent dan verwacht. Of dat die ene ziekte of schimmel plots heel wat minder de kop opsteekt, of minder agressief toeslaat. Ja inderdaad, ook daartoe zijn gemycorrhizeerde bomen in staat. Vitaliteit staat voor levenskracht, een overvloed aan energie, een sterk immuunsysteem. Veerkracht is de potentie om te weerstaan tegen, of herop te staan na bepaalde gebeurtenissen die een negatieve invloed hebben. Net datgene is wat een symbiose tussen mycorrhizae en boomwortels kan bewerkstelligen, een boom die tegen een stootje kan, sterk op z’n benen staat en een schopje kan uitdelen als het nodig is in plaats van meteen slappe benen te krijgen.

Paddenstoelen, heilig of des duivels?

Sinds mensenheugenis werd het ontstaan en verschijnen van paddenstoelen vaak in de magische, of soms duivelse sfeer verklaard. Hoeveel oude volksverhalen, sagen en legenden zijn er niet over magische of duivelse krachten van paddenstoelen. Alleen al de benamingen van sommige paddenstoelen zegt genoeg: Heksenboleet, Satansboleet, Duivelsbrood, heksenkringen… Ook in sommige oude christelijke psalmboeken kregen paddenstoelen een soms vreemde (vinden we nu toch) maar belangrijke plaats in het hele mystieke gebeuren.

Over het ontstaan en de rol van paddenstoelen in de natuur weten we ondertussen al meer dan dat, maar over het bestaan, de rol en het nut van mycorrhizae is niet alleen in de bonsaiwereld te weinig geweten, dat is ook vaak in de professionele boomkwekerijen en tuincentra zo. Boomverzorgers, en firma’s die zich gespecia-liseerd hebben in nazorg, in het revitaliseren van beplantingen, in het gericht bemesten, zijn beter op de hoogte of bieden soms zelfs tal van ‘myco’producten aan. Als Jan Modaal hebben we er in het beste geval al wel wat over gehoord. We leggen daardoor automatisch ook te weinig verband met de mini-ecosysteempjes in onze bonsaipotten. Onze bonsaibomen lijken nu toch ook zonder te kunnen? Meer nog, ze doen het zelfs duidelijk goed genoeg zonder zoiets als die bodemschimmels. Ik wil er dan graag aan toevoegen: “juist”, ‘t is te zeggen als we onze boompjes telen en verzorgen volgens de eerder vermelde ‘perfecte totaalbenadering’ uit die boeken, en als we af en toe ten strijde trekken tegen ziektes en plagen met de nodige voorraden insecticides of fungicides. Die eigenschappen en dat belang van die schimmeltjes in de grond wordt zeer vaak als overroepen beschouwd. Zo wordt dan wel eens snel verder geargumenteerd. Dat men onvoldoende wegwijs is in de materie zal vaak niet vreemd zijn aan die stellingen. Niets meer dan normaal als je bedenkt dat er honderden, nee duizenden soorten paddenstoelen, schimmels, zwammen bestaan en zelfs de meest geleerde mycoloog zal toegeven dat over het exacte ontstaan, de werking en de beïnvloedingsfactoren van schimmels op veel vlakken nog veel wetenschappelijke kennis ontbreekt. Onbekend is onbemind is hier dan ook wel een toepasselijk gezegde. Sinds ik me beginnen inlezen ben in deze wondere wereld, geraak ik alvast steeds meer in de ban. Een fascinerend wonder van de natuur.

Maar om een vervolg aan ons verhaal te breien, heel soms gaat het inderdaad wel écht mis als men direct aanneemt dat het opduiken van paddenstoelen betekent dat de boom in kwestie wel ziek moet zijn. Vervolgens probeert men dan in paniek het kwaad uit te roeien met een straffe dosis fungicide maar de kans is groter dat men door eigen toedoen de zaak pas om zeep heeft geholpen. En als dat gebeurt is dat weer het bewijs dat de boom wel degelijk ziek was, immers die schimmel is nu eenmaal het spreekwoordelijke zwarte schaap. Zoals eerder gezegd, zelfs een paddenstoelkenner zal toegeven dat het meer vergt dan wat basiskennis om zelf te kunnen determineren om welke soort paddenstoel of zwam het gaat. Plukken en bakken in de pan is niet bepaald de slimste manier om het toch te proberen te weten te komen. Met wat geluk krijgt u dan enkel een hallucinatie waarbij u menig lieflijk kabouterhuisje voor uw ogen ziet dansen. Maar er zijn ook nuchtere en eenvoudige tips. Zelfs al bent u zoals ik geen bioloog, dan kunt u zich nog aan één min of meer betrouwbare regel houden voor u beslist om uw chemisch pak aan te trekken en met fungicide in de hand ten strijde te trekken: vertoonde uw boom tot dan toe geen tekenen van zwakte of ziekte, en gaat het ook niet slechter na het verschijnen van die paddenstoel(en), dan is er vermoedelijk niets aan de hand en mag u rustig verder genieten van de natuur in uw bonsaipot. Op dat moment kan u zelfs blij zijn bij de vaststelling dat u misschien wel mycorrhizae in uw substraat heeft waar uw boompje allen wel kan bij varen.
Slecht nieuws is natuurlijk ook niet uitgesloten. Natuurlijk bestaan er ook parasitaire schimmels, zwammen en paddenstoelen. Meestal zijn er dan naast het visueel verschijnen van de vruchtlichamen, wel andere tekenen aan de wand die wijzen op ziekte of infectie. Maar dan moet uw boompje wel al een tijd in het sukkelstraatje zitten, of op één moment ergens een ernstige beschadiging of schok te verwerken gekregen hebben. In dat geval kan een parasitaire schimmel écht zijn kans schoon zien en harder dan normaal toeslaan. Het is ook zo dat écht nefaste schimmels, zwammen en parasieten zich al in gevorderd stadium bevinden eens je hun vruchtlichamen opmerkt. Zie je duidelijke vruchtlichamen op stamdelen of andere delen van de plant, dan is de kans zeer groot dat het weldegelijk een parasiet is, en kunt u uw kans wagen met fungicides.
Wilt u zich echt verdiepen in schimmels, zwammen, en paddenstoelen raad ik ten stelligste wetenschappelijke lectuur aan, of gespecialiseerde naslagwerken, (veld)gidsen, etc. Alvast één goed boek daarvoor is onderaan dit artikel mee vermeld.

Mycorrhizae en inorganische substraten, dat rijmt toch niet met elkaar?

Het is volgens mij absoluut verkeerd om er van uit te gaan dat organisch substraat sneller dan inorganisch substraat gecoloniseerd kan of zal worden, of zal blijven. Immers, vele voor de handel verkrijgbare en in substraten of bodems aan te brengen mycorrhizae worden voor het maken van een gebruiksklaar additief/supplement van een inorganische drager voorzien.  Dus, een inorganische drager wordt kunstmatig ‘besmet’ met mycorrhizae, om in de handel gebruikt te worden als kant-en-klaar additief bij nieuwe beplantingen of voor het revitaliseren van bestaande beplanting. Er zijn bij mijn weten weinig of geen producten in vloeibare vorm daarvoor.
Het toeval wil dat ik in meer dan één geval merkte dat zeoliet daarbij als drager gebruikt wordt voor de mycorrhizae, een inorganisch materiaal maar wel een natuurlijk vulkanisch mineraal. Zo bijvoorbeeld bij Rootgrow©, dat toch ook aangeprezen wordt op de site van bonsai-artiest Graham Potter. De verdeler van dat product in nederland heeft veel mycorrhizaproducten in hun gamma. Nemen we daaruit Turfcomp© (gepromoot voor gebruik op grasvelden) als voorbeeld, dan zien we in de technische fiche dat zeoliet daar als één van de dragende componenten wordt gebruikt, tot 20% van de totale hoeveelheid in ‘product’. Ook interessant is dat in datzelfde product nóg eens zeoliet gebruikt wordt als binder voor kationen (relatie met mestopname), dat aandeel wordt dan weer beschreven als 60%. Samen betekent dat dus dat zeoliet 60 tot 80% uitmaakt van de totale samenstelling, dat is redelijk inorganisch toch, moet zijn dat die mycorrhizae daar geen probleem mee hebben.
Bij een ander van hun producten (Wortelflora©, gepromoot voor bomen en struiken) zie ik dan weer dat kleikorrels en turf als drager gebruikt worden.  Waarom voor dat product minder zeoliet vraag ik me af? Eerdere speurtochten leerden me al dat er misschien een logische reden is waarom er vooral voor  ‘gras’ meer onderzoek met zeoliet is gebeurd dan voor bomen en struiken. De potentiële totale afzetmarkt is wellicht groter (grasoppervlakte vs de individuele plantkuilen). Een goed zicht op die economische realiteit krijgt u vanzelf als u in de rayons van elke grote tuinzaak rondwandelt.

Nu, om het rijtje nog af te sluiten, vermeld ik nog een 3e product dat wat vlotter voor de gewone gebruiker verkrijgbaar is, namelijk de ‘hagenmest’ van Ecostyle©, een merk dat de laatste jaren stevig ingang heeft gevonden in zowat alle tuinzaken. De zogenaamde ‘meststof met een plus’ is ook waarheid als het gaat om toevoeging van mycorrhizae, tot 14sporen per gram meststof volgens de samenstelling. Sinds een tijdje is hun gamma te verkrijgen in de grotere tuin en/of doe-het-zelf zaken. Weinig andere, nochtans niet van de minst gekende producenten, hebben een even uitgebreid gamma ‘myco’producten voor de gewone gebruiker.
Van bovenstaande voorbeelden van producten keek ikzelf eigenlijk aangenaam verrast op gezien mijn eigen substraat zeoliet als hoofdbestanddeel heeft. Meteen denk ik aan één van de stellingen die ik ooit las als zouden mycorrhizae in inorganische substraten dus weinig kans op langdurig overleven hebben. Ontkracht denk ik dan toch. Zelfs al wordt het zeoliet dan enkel als drager gebruikt in die additieven, het is dan toch maar zo dat er wel een grote overlevingskans moet bestaan op zeoliet. Mocht dat niet zo zijn, dan zou de houdbaarheidsdatum van die producten toch maar heel kort moeten zijn. Een garantie op groot commercieel succes kun je dat niet noemen, en op de ‘bijsluiter’ kunnen we dan inderdaad ook lezen dat de mycorrhizae op die zeolietdragers vlot 1 of  2 jaar kunnen overbruggen vooraleer de verpakking geopend wordt. Om de fabel finaal te ontkrachten, in 2013 stonden onder menig van mijn eigen boompjes paddenstoelen te pronken, in een substraat dat hoofdzakelijk inorganisch is (sommige tot 100%). Ik had in het voorjaar één van bovenvermelde producten gebruikt bij het verpotten.

Omdat deze voor onze boompjes goedaardige schimmels wel bijzondere eisen stellen aan groeiomstandigheden (ook in de natuur!), moet men bij gelijk wel type substraat (meer of minder inorganisch) rekening houden met een aangepaste bemesting, niet te grote of frequente verstoringen van het wortelgestel en het substraat daarrond, en de grond of boom niet ‘vergiftigen’ met fungicides. Vooral intensieve (chemische) bemesting of sterke dosissen fungicides zijn het vaakst en het snelst de boosdoener voor het ‘overlijden’ van mycorrhizae, ook in de natuur trouwens. Wat die aangepaste bemesting betreft wil dat gewoon zeggen dat u dan voor vloeibare of vaste organische meststof kiest. In tegenstelling tot mijn eigen bemestingsschema dat ik voorheen ook wel volgde, worden chemische meststoffen dus toch een beetje in het verbanhoekje geduwd. Het totale “zoutpakket” dat chemische meststoffen bij elke gift ook mee aanbrengen, daar zijn mycorrhizae op de langere duur niet happig op.
Een tip die ik ook kan meegeven is dat wanneer u bij het kundig verpotten een ‘myco’product wenst toe te voegen (of als ‘wellnesskuur’ tijdens het seizoen), let er dan op dat u minstens de eerste maand niet bemest. Enkel bij 100% inorganische substraten die ook nog eens weinig andere sporenelementen bevatten (en daar zit akadama ook onder !) is het niet verkeerd om in uw substraat wat organische korrelmest bij te mengen. Anders zullen uw mycorrhizae mogelijks wel heel magertjes starten met hun colonisatie. Ze moeten ook wel ergens voedsel vinden om hun enzymes op los te laten natuurlijk. Zeoliet blijkt wat mij betreft per toeval dus wel weinig problemen te geven, gezien dat volgepakt zit met sporenelementen en mineralen. Daar volstaat het om na een tijd te starten met een bemesting.
Opnieuw blijkt dus dat de natuur zeer mooi kan zijn, maar dat achter de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid ervan, er toch een heel delicaat evenwicht zit. Iets waar we vaker moeten bij stilstaan.

Spontane colonisatie

Hiermee bedoelen we dat ‘niets doen’ na aanplant van een bonsaiboom waarvan de wortelkluit (of de bonsaipot) tot op dat moment niet gemycorrhizeerd is, toch vanzelf gemycorrhizeerd wordt. Een klein beetje aarde uit de tuin toevoegen is dus vals spelen in deze redenering. Als het gaat om spontane colonisatie moet je toch een optelsom maken van die reeds vermelde voorwaarden waaraan tegelijk voldaan moet zijn:

1.       Enkel ‘ectomycorrhizae’ zijn in staat om spontaan te coloniseren.
Dat komt doordat de sporen vanuit de vruchtlichamen zich vlot via de lucht verspreiden. Deze groep vormt dus vruchtlichamen, in tegenstelling tot de grootste groep mycorrhizae, namelijk de ‘endomycorrhizae’ (of ook nog ‘arbusculaire’ myc. genoemd) waarvan hun hele leven zich ondergronds afspeelt. Voor heel wat soorten kunnen endomycorrhizae ook potentieel een goede symbiose aangaan met onze bomen.

2.       Het voorzien van de goede groeiomstandigheden.
En dat is heel wat dus! Geen of slechts minimaal gebruik van zuiver chemische meststoffen, geen overbemesting (ook niet van organische meststoffen), geen te grote verstoringen van het substraat en wortelkluit (mogelijks een probleem over langere tijd, met ons verpotregimes), al te sterk bewateren na wortelsnoei en herplant is nadelig, bij aanplant de wortelkluit al zeker niet volledig op blote wortel uitspoelen, geen te sterk of te vaak gebruik van fungiciden vooral niet in de fase waarin de colonisatie nog bezig is (maar eigenlijk ook later niet).

In tegenstelling tot wat ik vaak lees in boeken en het ‘bonsai-internet’ schat ik de kans op spontane colonisatie (die we écht spontaan kunnen noemen) dus feitelijk klein tot zeer klein in als er niet vanuit vruchtlichamen in de buurt kan bestoven worden. En dat geldt al helemaal voor die groep endomycorrhizae. Een ander probleem is dat een geslaagde colonisatie snel tenietgedaan wordt door het niet beantwoorden aan al die omgevingsvereisten (ons bemestings en bestrijdingsschema etc).

En bij bomen die wél gemycorrhizeerd zijn, waarom zien we die dan bijvoorbeeld niet spectaculair beter groeien ? Wel, hoeft dat? Is dat het bewijs dat nodig is of maakt onze menselijke drang naar meer-beter- best ons wijs dat we visueel minstens moeten zien dat het iets uitmaakt. Hoger, dikker, langer, sterker, dan vooral de visie van de mannelijke bonsailiefhebbers? De waarheid is  dat vitaliteit en veerkrachtigheid natuurlijk niet echt ‘meetbaar’ zijn. Op z’n best misschien wel onder klinische labo-omstandigheden waar er bijvoorbeeld een kunstmatige droogte gesimuleerd wordt, en vervolgens het effect gemeten wordt. We willen statistieken voor we geloven. Als moderne mens, nemen we immers niet meer zomaar iets aan voor waar. En toch zijn er statistieken, niet voor bonsai, maar wel voor de sierteelt, waar men natuurlijk al langer onderzoek verricht, niet in het minst omdat economische factoren daar vaak de drijfveren zijn om onderzoek te verrichten.

Het verhaal van onze mycorrhizae begint uiteindelijk toch stilaan steek te houden, althans dat is mijn vurige hoop voor de lezers van dit artikel. En nu we ons de juiste vragen hebben gesteld, eindig ik met een open stelling. Onze moderne ‘clean-garden’ aanpak kan misschien terug wat inspiratie gebruiken, en wat is in onze hobby mooier dan een stukje mini natuur in uw bonsaipot te zien?

Bronmateriaal, nuttige links, interessante lectuur:

1. boek “De Verborgen Boom, het boomsoorteigen ecosysteem van onze inheemse loof- en naaldbomen”, ISBN 9789077408988, auteur (mycoloog) Gerrit J. Keizer
2. Boek “Mycorrhizaschimmels - sleutelfactor voor duurzame landbouw en natuur”, Jacqueline Baar & Wim Ozinga (2007). ISBN 978-90-5011-277-2.
3. Diverse studies en onderzoeksrapporten: http://www.kennislink.nl/publicaties/nuttige-alleskunner-verovert-de-bodem / http://www.tuinbouw.nl/sites/default/files/documenten/00025325.pdf: eindrapport ‘mycorrhizae in pot- en containerteelt’, door Ingrid Weissenhorn

©http://bonsaivlaamseardennen.blogspot.com

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen