Translate

donderdag 11 februari 2016

Dutch version of article: "een duurzaam substraat zonder akadama en veengrond"

This is the Dutch version of my previously posted article about a "durable bonsai subtrate without peat and akadama".

Please only (re)post by referral link to my blog, or copy the text/pictures whilst mentioning the full weblink and copyright (http://bonsaivlaamseardennen.blogspot.com) to the article on this blog as text. Thank you.



Een duurzaam substraat zonder akadama en zonder veen(pot)grond


Substraat in plaats van ‘grond’

De term substraat houdt natuurlijk in dat het voornamelijk inorganisch is. Meer dan 5 jaar geleden was ‘substraat’ de keuze die ik maakte voor mijn boompjes, na veel lees- en opzoekwerk en na talloze bronnen geraadpleegd te hebben. Ik ga niet uitwijden over de pro en contra van ‘grond’samenstellingen die voornamelijk (soms 50% of meer) organisch materiaal bevatten. Ik kan wel de voornaamste reden meegeven waarom ik inorganisch substraat verkies, en dat is totale controle. Ik beschouw dat toch als een grote plus als het op water geven en bemesten aankomt. Het heeft alles te zien met verminderen van de risico’s, van hetgeen mis kan gaan. Ik weet veel beter hoe mijn substraat  zich gedraagt, dan dat ik dat ooit zou weten van grond met een overwegend deel organics. Geen grond meer die al snel teveel zouten bevat, en het risico dat ik de PH van mijn substraat helemaal uit balans breng is ook drastisch lager. Byebye wortelrot door een kleddernatte, sompig papperige grond.
Behalve totale controle zijn er natuurlijk nog een aantal andere redenen: Ik ben niet meer afhankelijk van akadama;  ik gebruik nu materialen die meer duurzaam zijn (geen veen/turf);  mijn hoofdbestanddeel heeft betere eigenschappen dan akadama op meerdere vlakken, mijn substraat is goedkoper all-in-all, het breekt niet af,… 


Duurzaam alternatief voor veen/turf en akadama

De meeste soorten potgrond zijn nog steeds samengesteld op basis van veengrond of turf. Het ontginnen van veengronden heeft echter een drastische impact op het milieu en de natuur. Ontginning heeft er op vandaag voor gezorgd dat er hele stukken van uitgestrekte moerassen vervangen werden door open water partijen daar waar dit voorheen ven was met veengrond afzettingen. Gevolgen zijn: beschadigde filterfunctie van het moeras, beschadigd ecosysteem, ontregelde waterhuishouding, etc. Moerasgebieden met veengronden zijn/dragen één van de meest specifieke habitats. Als ik dus veen en turf kan vervangen door een even goed (of beter) én duurzaam alternatief, dan gebruik ik dat ook graag. Dit is de reden waarom ik cocosaarde in mijn substraat gebruik (tot zowat 20 à 30%) als organisch deel. Het is duurzaam/ecologisch omdat het een nevenproduct is, en het breekt bijlang niet zo snel af (zeker als je er hebt met veel vezels in). Die cocosaarde heeft natuurlijk ook een goed bufferend vermogen voor water en nutriënten.

Naast grondmengels met (veen)potgronden en/of turf, gebruiken de meeste bonsailiefhebbers mengsels op basis van akadama. Het is zeker waar dat akadama sowieso een van de eerste dingen moet zijn die beginnelingen zich aanschaffen voor de hobby. Alle winkels die ik ken schuiven akadama naar voor als hét basiselement. Dat hoeft natuurlijk niet te verwonderen omdat dit natuurlijk komt doordat akadama traditioneel in Japan werd en wordt gebruikt. Westerlingen vroegen zich destijds natuurlijk helemaal niet af waarom, de akadama werd gewoon samen met de hobby, met de kunst, mee overgenomen en geïmporteerd. Allemaal geen probleem, maar de vragen beginnen wel meer en meer te komen, hoe schaarser en hoe duurder de akadama wordt. Zelf wilde ik vooral weten of er ook andere materialen zijn die net hetzelfde doen (of beter). Waarom deze vraag niet stellen, en bij mijn zoektocht ondertussen heel wat zaken opsteken.
 

Mijn huidige en nieuwe substraat


Mijn substraatmengeling tot nu toe

Natuurlijk zeoliet (clinoptiloliet) in korrelvorm, medium (2-5mm) als standard. Afhankelijk van de potgrootte meng ik het met een kleine korrel (1-3mm) en/of grote korrel (5-10mm) om zo tot een totaal aandeel zeoliet in het substraat te komen van 70 tot 80%. De overige 20 tot 30% bestaat uit cocosaarde, dat bestaat uit ruwe stukjes bast en vezels dan wel als fijnere compost. De ruwe cocos gebruik ik niet omdat ik geen hele grote potten heb en evenmin grotere dennebomen.
Dus, afhankelijk van hoe dorstig mijn (inheemse, bladverliezende) boom is, meng ik de 20 of 30% cocos erbij. Hoe meer fijnkorrelige zeoliet, hoe langer het substraat vochtig zal blijven. Dit heel eenvoudig standaardsubstraat gebruik ik al meerdere jaren (vanaf 2010) met bevredigende, goede of zeer goede resultaten.

Gemakkelijk gieten, gemakkelijk bemesten. Als u water geeft, giet dan zo lang door tot het flink van onder de pot uit begint te stromen. Teveel gieten is enkel mogelijk als u veel teveel cocos gebruikte, en in combinatie met enkel en alleen maar de fijne zeoliet. Chemische meststoffen kunnen bij dit substraat gebruikt worden maar ik verkies vloeibare organische mest in combinatie met 1 of 2 keer mesten met een organische korrelmest die mycorrhizae sporen bevat.

Nieuwe formule

Omdat ik nieuwe info en studies vond over groei van gewassen in puur zeolietsubstraat, waaruit blijkt dat een initiële sterke groei na een langere tijd in het substraat terug gevolgd wordt door een afname of gelijkblijvende groei (puur bekeken naar biomassa), heb ik beslist om mijn substraat te herevalueren en te updaten. Uit alle studies blijkt wel dat het zeolietaandeel in substraten een heel effectieve groei stimulator is, ook op vlak van wortelgroei. Daarnaast zijn er ook overduidelijk andere goede eigenschappen (zie verder). Mijn nieuwe substraatmengeling zal wel wat meer werk (of plezier) vragen om samen te stellen en te mengen en er is natuurlijk ook nog de aanschafkost voor alle aparte ingrediënten.

De substraatmengeling in de tabel hieronder zou ik zonder problemen een substraat op basis van zeoliet durven noemen dat bruikbaar is voor alle (inheemse) bladverliezende bonsai. Onthoud dus dat er een onveranderlijk minimum deel zeoliet in moet zitten dus, om van die positieve eigenschappen van zeoliet te kunnen profiteren. Voor heel grote potten en dennen/sparren, raad ik aan om de korrelgroottes meer te variëren (meer grotere korrel dan fijnere), maar gebruik daarbij wel niet exclusief de grootste korrel van elk substraatonderdeel anders wordt het gunstig effect van het zeoliet tenietgedaan en wordt het substraat al te luchtig en te weinig watervasthoudend.

Bestanddeel
Bemerkingen
Delen per Volume
(10-12L of 1 emmer)

1.       Zeoliet (1-3mm) 50/50 gemend met Zeoliet (2-5mm) of grote korrel (5-10mm)

Ik gebruik de fijne en medium zeoliet samen als mijn standaard onveranderlijk deel in mijn substraat. Ik voeg (of vervang) de medium met de grote korrel voor grote potten.


2/5 (2 x 2 tot 2,5L)

2.       Vermiculiet (1-4mm)
Dit is geëxpandeerde / geëxfolieerde vermiculite, een natuurlijk mineral (zie verder).

Of vervang door puimsteen (bims)

1/5 (2 tot 2,5L)
3.       Lava, 50/50 gemend in korrel 0-3mm en
korrel 4-7mm
Of vervang door zeoliet fijne korrel, zeoliet medium korrel, puimsteen (bims)
Medium korrel

1/5 (2 tot 2,5L)
4.       Cocospotgrond
Ik gebruik de fijne cocosaarde (cocopeat)

Of gebruik ruwe cocosaarde (bijv. cocover van DCM) voor dennen en sparren, in grotere potten

1/5 (2 tot 2,5L)
Optioneel:
Gedroogde koemestkorrels
(= bodemverbeteraar, géén volwaardige meststof!)

Meng het mee in uw substraat in vroege lente wanneer u verpot. Het helpt om sneller  essentiële bacteriën te krijgen. Het mestgehalte van gedroogde koemest is verwaarloosbaar tot nihil (vandaar dat dit niet eens op de verpakking vermeld is).

Of gebruik andere gedroogde dierlijke mest. Wees wel voorzichtig met mest die een groot aandeel kippenmest bevat aangezien dit een echt hoge NPK heeft.
1 handvol
Optioneel:
Organische korrelmest voor hagen (ik gebruik Ecostyle)

Meng het mee in uw substraat in vroege lente wanneer u verpot. De Ecostyle mestkorrels bevatten een gewaarborgd aandeel myccorhizae-sporen per gram; dit is meteen de reden waarom ik het toevoeg. Gebruik het grootste deel in het substraat rondom de wortels.

Of gebruik gelijk welke andere organische mest.

Gebruik NIET uitsluitend chemische mest als standaardbemesting als u een gezond bodemleven wil met mycorrhizae.
½ tot 1 handvol

Foto hieronder:
1. Vermiculiet 1-4mm
2. Lava (roodbruine korrel) 4-7mm
3. Cocosaarde
4. Lava (grijze korrel) 1-3mm
5. mix van zeolite kleine en grote korrel


=> (afhankelijk van esthetische voorkeur) Als toplaag van het substraat  zou ik een mengeling van beide lava porties en het vermiculiet kunnen gebruiken (of ook bims!)

Hoe mengen


Gebruik een overmaatse emmer/kuip (metserskuip) waar ongeveer dubbel zoveel volume in kan dan u wil maken. Kies de maat (hier bijv. 2 à 2,5 volumeliter voor 10 à 12 liter) en hoe u die gaat mengen. Je kan bijvoorbeeld een vuilnisblik gebruiken als één deel, als dat in de buurt komt van de maat die u wil gebruiken. Puur persoonlijke voorkeur, maar gewoonlijk meng ik eerst alle fijnere korrels door elkaar, samen met het aandeel cocosaarde. Daarna meng ik de grote korrels er ook bij. Dan haal ik er de koemestkorrels door en minstens de helft van de organische korrelmest (ik hou wat over om door het substraat direct rond de wortels te mengen als ik verplant).

Verpotten

Een veilige standaard is om te verpotten om de 2 jaar, voor bomen die vóór de laatste verpotting al een goed wortelgestel hadden. Ik raad dat aan omdat onregelmatige en ruwe hoekige substraatkorrels het uitkammen van de wortels wel wat kunnen bemoeilijken. Daar tegenover staat dat ruw en onregelmatig wel de wortelgroei stimuleert, en goed is om het substraat goed bij elkaar te houden (minder uitspoeling etc..). In het nieuwe substraat wordt dat uitkammen wellicht weer wat makkelijker door toevoeging van het vermiculite en de fijnere lava en zeolite fractie.
Vul de pot vervolgens met 1 of 2cm substraat, maak een klein hoopje en ‘manoevreer’ de boom op zijn plaats. De rest van de organische korrelmest meng ik door het substraat rondom de wortels. Vul de rest dan wat bij met substraat tot de wortels net bedekt zijn. Ik ‘wriemel’ het substraat gewoon zachtjes doorheen de kluit met mijn vingers, dan voel ik wat ik doe met 10 stokken tegelijk. Water dan een eerste keer, zodat het substraat inzakt op en tussen de wortels. Vul daarna de rest van de pot tot de rand. Nog eens flink wateren tot het uit de gaten stroomt, en klaar is kees. Vergeet natuurlijk geen verankeringsdra(a)d(en), des te belangrijker voor jongere bomen van dewelke hun wortelstelsel nog niet stevig genoeg is om de boom op zichzelf te ondersteunen.


De bestanddelen Zeoliet en Vermiculiet

Omdat lava en puimsteen (synoniem=bims) goed gekend zijn, wijk ik er verder niet over uit. Het enige wat ik kan meegeven is dat er verschillende soorten lava zijn; in mijn mix bijvoorbeeld een vrij grote roodbruine korrel en een kleine korrel grijze lava. Ga zeker ook de PH na, en lees na of het gewassen lava betreft. Aan u om te beslissen of u ook nog puimsteen wil bijmengen of ter vervanging van bvb de lava fractie(s).  Dit zal het grote verschil niet maken. De kleine lava fractie die ik gebruik vind ik heel toepasselijk, voor de kleur, het voegt wat gewicht toe en de kleine korrel sluit overal goed aan rond de wortels en ‘verdicht’ het substraat zonder daarbij de verluchtende werking ervan in het gedrang te brengen.

Zeoliet

Er zijn verschillende types natuurlijk zeoliet (gebruik geen synthetische zeolieten aangezien deze geen micronutriënten bevatten en iets minder goed tegen langdurige blootstelling aan een zure omgeving kunnen, bvb als u chemische meststoffen als basisbemesting gebruikt). Clinoptiloliet is één van die natuurlijke zeolieten, wel het meest gecommercialiseerd én het zeoliet dat gebruikt wordt voor tuinbouwdoeleinden, binnen de groenaanleg (vb bij aanleg gras/voetbalvelden, als bodemverbeteraar, …), naast gebruik voor nog andere doeleinden (in katalysatoren, kattenbakvulling…). In België en Nederland wordt het vermarkt door een handvol bedrijven/verdelers die het importeren van binnen de EU of daarbuiten. Het Clinoptiloliet dat ontgonnen wordt in Roemenië, Bulgarije, Tsjechië, Hongarije, Armenië en Griekenland zou eerder onzuiver zijn en ‘vervuild’ (lees van nature gemixt) met andere mineralen zoals kwarts en veldspaat. Dit zeoliet heeft een zuiverheid van minder dan 80%. De verdelers/bedrijven die het in België en Nederland vermarkten is minimaal 80% zuiver. In het verleden (2009-2012) heb ik in België echter 95% zuiver zeoliet kunnen vinden, zuiverder bestaat volgens mijn eigen onderzoek niet en ik vermoed dat dit dan ook van de Turkse mijnen komt. De reden waarom er geen  95% zuiver zeoliet meer geïmporteerd wordt, komt vooral door commerciële overwegingen: het is namelijk van nature wat stofferig en dit is niet wenselijk met het oog op vermarkting, bijvoorbeeld zeker niet voor gebruik als grondbedekker in vogelkooien, kattenbakvulling, etc. Mensen willen dus hun handen niet vuil maken, maar ik wel.

Bij de 95% pure zeoliet was het stof al weggewassen na 2 of 3 keer gieten, niets onoverkomelijks en dus geen extra voorwassen nodig. Een minpunt van het 80-82% zuivere zeoliet is dat het verkleurt tot een lichtblauwe korrel bij verzadiging. Deze verkleuring heb je elke keer opnieuw bij elke gietbeurt. Dit is natuurlijk niet erg aantrekkelijk, zeker niet als toplaag, en draagt dus bij tot een kunstmatige look, wat we net willen vermijden.




Vermiculiet

Dit mineraal (een silicaat) behoort tot de kleimineralen binnen de Smectiet-groep en werd oorspronkelijk ontgonnen voor gebruik in de bouwindustrie (warmte- en geluidsisolatie, egaliseren van vloeren,..). Voor gebruik wordt het eerst geëxpandeerd of geëxfolieerd aan hoge temperatuur (doorgaans tussen de 800 en 900°C) om zijn korrelachtige en zachte structuur te verkrijgen. Het is eveneens al een wijdverspreid en veelgebruikt substraat in de horticultuur.
Een extract vanop een website van ecovriendelijke bouwmaterialen, over Vermiculiet : 






Perliet is wellicht nog beter gekend en nog veel meer gebruikt in grondmengsels en substraten binnen de tuinbouw- en teeltsector, maar vermiculite heeft een beter absorberend vermogen en heeft een vrij natuurlijk ogende bruine tint terwijl perlite er zuiver wit uitziet. Het enige echte nadeel van Vermiculiet bij gebruik in subtraat is dat het zo licht is dat het in volledig droge toestand bij sterke wind wel kan wegwaaien. Het is een beetje zoeken hoeveel je ervan gebruikt in de toplaag van je pot.



Kostprijs?


Volgens mijn eerste prijsberekening zou mijn nieuw substraat rond de 8 EUR/20L kosten; maar ik hou het vooralsnog op maximal 10 EUR/20L. Dat is toch een flink stuk minder dan wat je betaalt voor een grote zak harde akadama. De kostprijs moet ik dus nog wat verfijnen, omdat sommige bestanddelen per kg verkocht worden en andere dan weer per L, en naargelang het soortgelijk gewicht geeft kg niet hetzelfde volume substraat als Liter. Ik moet het dus nog wat dubbelchecken. Voor zo’n substraat zit je natuurlijk wel met de initiële aanschafkost voor elk bestanddeel. Het Vermiculiet is dan vrij prijzig (ongeveer 25 EUR) maar daar tegenover staat dat je een zak van 100L hebt wat het dan weer goedkoop maakt; en, dat spul vergaat ook niet snel. Je kan het ook gebruiken om bij potgrond te mengen voor gewoon gebruik in bloembakken. Lava is ongeveer 10 EUR/10L, Zeoliet is max. 12,5 EUR/25kg, cocosaarde ongeveer 10 à 12EUR/40L.
Ik kan dus wel gerust stellen dat dit substraat niet enkel een meer duurzaam en ecologisch alternatief bied, het is uiteindelijk ook goedkoper al moet je eerst een voorraadje verschillende bestanddelen bij elkaar kopen.

Nadelen van Zeoliet?

  • Zeoliet wordt uiteraard ook gemijnd, dus er is en blijft een zekere ecologische impact, al is die niet te vergelijken met de ontginning van veengronden voor potgronden.
  • De verkleuring (lichtblauwige tinten) van de 80-82% pure zeoliet maakt dat het er artificieel uitziet en dus niet geschikt is als topgrond. Gebruik de rest van de bestanddelen als toplaag vb. Lava + vermiculite + evt bims)
  • Om Zeolietkorrels te vinden moet je even op zoek, er zijn maar een 10 of 20tal verdelers in belgië, en slechts enkele grotere importeurs in belgië/Nederland. Daarenboven is het nu terug bijna onmogelijk om zuivere (95%) zeoliet te verkrijgen, enkel de 80-82%. Niettegenstaande er al heel wat studies en kennis voorhanden zijn, blijft de grote commercialisatie binnen de horticultuur wel wat uit, behalve gespecialiseerde substraten (vb Pon, of Clinopti), en zoals bijv. ook groendaken (vb Vulkagran-T, of Clinopti,…).
  • Zeoliet is nogal zwaar, zeker eens het volledig verzadigd is. Daar is rekening mee te houden voor heel grote potten, zeker als je het je hoofdbestanddeel is. Vermiculiet bijmengen, countert dit dan weer wat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen