Translate

woensdag 8 februari 2012

Bonsai: substraat en de Heilige Graal - part 1

Eénieder die met bonsai bezig is, op kleine schaal of grote schaal, op amateurniveau of op doorgedreven niveau, weet dat over het onderwerp 'grond', heel veel gepend wordt, gedacht, gesproken, gegist, gefantaseerd, gemijmerd, gezworen, geloofd, gefilosofeerd...het rijtje lijkt oneindig.

Ik ben een amateur, jawel, een 'buurman Jos' als het ware, maar dan wel iemand die op kleine schaal het maximum wil halen uit datgene waar hij mee bezig is. Ik lees, lees nog eens, lees meer, zoek op, zoek nog wat verder, tot ik beslis wat ik proefondervindelijk bevestigd wil zien. Op die manier kun je al aardig het kaf van het koren scheiden, filteren, op zoek naar waarom dit of waarom dat.

Dat bracht me ook tot het onderwerp 'grond', bonsaigrond. Een schep potgrond, schepje zand, wat grind, klaar is kees, ja dat lukt, lukte voor een hele tijd, als ze niet doodgaan en er wat groei is, is een mens content he. Ik heb flink wat aantallen groenwebsites en -fora afgeschuimd, bonsaiboeken gelezen, websites van professionals en bonsaiartiesten bezocht en nagelezen, wetenschappelijke artikels nagelezen, technische fiches, certificaten en onderzoeksresultaten van bepaalde substraten bekeken. Waar m'n zoektocht en interesse me maar bracht dus.

Ik bespaar jullie de hele beschrijving over wat ik allemaal tegenkwam, hoe lang ik zocht, waar ik zocht, enzovoort, maar geef jullie gewoon het resultaat waar ik na pakweg een jaar zoeken, eindelijk mee eindigde, en dat is 'natuurlijk vulkanisch mineraal zeoliet, of exacter omschreven 95% clinoptiloliet (één van de natuurlijke zeolieten)'. Bovendien vond ik dit in twee winkels in de ruimere omgeving terug, beschikbaar in zakken van 25kg, korrels van 2-4mm. Het wordt in die winkels verkocht onder een merk dat het aanbiedt als kattenbakvulling, en als strooisellaag voor vogelkooien. Andere toepassingen (voor net hetzelfde clinoptiloliet) zijn nog veel ruimer: filter voor vijvers, voedingssupplement voor vee (jawel), absorberend product in de chemie en olie, verwerkt in katalysatoren, land- en tuinbouwtoepassing oa als bodemverbeteraar, enz...

In vergelijking met de meest gangbare 'grond' akadama (ik zeg grond, omdat het een gecalcineerde klei is) durf ik zeggen dat clinoptiloliet beter is. Het breekt niet af, in tegenstelling tot akadama. Deze laatste heb je in dubbelhardgebakken versie maar is dan nog duurder en zal uiteindelijk toch afbreken, zeoliet niet. Zo vond ik oa ook terug dat testen aan de universiteit Gent en aan het proefcentrum voor Sierteelt te Destelbergen voor een bepaald clinoptiloliet de volgende zaken wetenschappelijk aantoonden : in vergelijking met lava was het absorberende vermogen van clinoptiloliet 30% beter. Er was eveneens een heel sterke besparing (50%) in meststofgift, omdat nutriënten veel minder uitspoelen (na opname in de korrel) bij begieten. Ten opzichte van lava was er een besparing van 30% water.

Hoe het er uitziet kunt u zien op de meeste foto's van mijn bonsai. In droge vorm is het wittig met lichte schakeringen van beige en andere aardetinten. In natte vorm verkleurt dit naar een meer natuurlijke lichte aardetint (beige met schakeringen van aardetinten).

Ik gebruik het ofwel zuiver (bij bomen die gemiddeld dorstig zijn), ofwel gemengd met kokosvezels (kun je in zakken kopen in elk goed tuincentrum), tot 20 à 30% gemengd, voor dorstige bomen. Opgelet kokosvezels kun je niet vergelijken met 'potgrond', het is organische van oorsprong maar gedraagt zich anders dan potgrond. Het houdt voornamelijk goed vocht en mestof vast, breekt ook niet makkelijk af.  Andere mengelingen zijn volgens mij ook perfect mogelijk, zolang we het hebben over 'moderne' substraten, bijvoorbeeld 50% zeoliet 25% akadama (hardgebakken), 25% cocosvezels. Of zeoliet integraal vervangen door een gelijkwaardig alternatief waarom niet, maar die zoektocht zal een tijd duren, ik heb die zelf ook gedaan. Er zijn andere producten op basis van gebakken klei (of synthetisch zeoliet want dat bestaat ook), maar ik geef je op papier dat deze de eigenschappen van natuurlijk clinoptiloliet nauwelijks evenaren. De gangbare kattenbakkorrels zijn daar een voorbeeld van: enkele zouden wellicht ook een goed medium zijn, maar daar heb je vaak het probleem van toegevoegde chemicaliën, en/of parfum. Met natuurlijk clinoptiloliet moet ik niet eens voorspoelen, of mij afvragen welke chemicaliën eventueel zouden zijn toegevoegd. Bovendien zitten er geen natuurlijke sporenelementen in die geprepareerde kattenbakkorrels, in zeoliet wel. Het enige 'nadeel' van het zeoliet dat ik gebruik is dat het een beetje stoffig is, maar 1 of 2 keer stevig gieten en dat is compleet weg. Akadama is niet slecht, het IS ook een modern substraat, maar het scoort minder goed naar eigenschappen. Ik heb gewoon even verder gezocht; afgaand op onderzoek van anderen en op resultaten binnen de toepassingen waar het al voor gebruikt werd; ook door sommige bonsaiartiesten en binnen de ruimere land- en tuinbouw. Aan éénieder om ook eens een eigen zoektocht te doen, onderweg steek je er veel van op, ook over zaken die niets met je uiteindelijk gekozen substraat te maken zullen hebben.

Ziehier dus mijn substraat'geheim', dat ik nu 2 jaar toepas op ruim 10 bomen. En om 1 voorbeeld te geven, ik had een meidoorn die jarenlang slecht groeide, ik verpotte hem in zuiver zeoliet, en hij had in 2011 een topjaar, met 3 keer snoeien, foto's hieronder als bewijs.

Let wel: dit soort substraten (clinoptiloliet, of ander modern vergelijkbaar substraat) kun je ENKEL gebruiken als je ook je bewatering en bemesting aanpast! De reden waarom ik overschakel is omdat ik een substraat wou met zo weinig mogelijk variabalen (potgrond, zand, etc) die maken dat je minder controle hebt over waterhuishouding, bemesting enz. Nu heb ik een constante: duidelijk en makkelijk te hanteren en te begieten, te bemesten, enz.




zondag 22 januari 2012

bonsai: kleine Sierkers

Klein sierkersje, Prunus Subhirtella 'autumnalis rosea'. Een winterbloeiende sierkers, met kleine gevulde rozige bloemen, en kleine bladeren.

Ongeveer 10 jaar oud, in een tuincentrum gekocht als kleine plant. Pas in 2009 uitgeplant in vollegrond en 2 seizoentjes gekregen om toch een beetje aan te dikken maar vooral om de groeikracht wat aan te sterken. Al die jaren in kleine pot had hij immers nooit echt goed gegroeid. In november 2011 uit vollegrond gehaald, de wortels uitgespoeld en ontdaan van alle grond, tegelijk wortelsnoei en sterke gewone snoei. Wat overblijft is niet veel meer dan het kleine stammetje, met stambasis van ongeveer 4 cm; en hier en daar een takje om niet alle scheuten en uitgroei te verwijderen. Op die manier kan hij meteen al uitlopen op bestaande takken en bestaande knoppen. Dat zal helpen om beter aan te slaan. In juni 2012, als hij goed op gang gekomen is, kunnen we dan zien welke nieuwe uitgroei er is, behalve die op de bestaande takjes, en dan verder zien waar me met de vorm naartoe kunnen. Op deze manier 2 of 3 groeiseizoenen totdat de toekomstige vorm zo ongeveer duidelijk zal worden, en dan die takken laten aandikken en verder verfijnen.

Dit is een klein boompje (nu ong 20 cm), waar ik een wat ruwere, wildere look wil aan geven, zeker geen overgestyleerde vorm. Dus met enkele goedgeplaatste takjes en wat warrige secundaire takken kan dit ook mooi ogen.





woensdag 11 januari 2012

bonsai: Meststof en voedingswaarde

Een 'hot topic' voor de meeste bonsailiefhebbers, al wordt ook hier om één of andere redenen vaak mysterieus over gedaan.

Doordat bomen en struiken tegenwoordig vaak niet meer op hun natuurlijke standplaats staan, is er nauwelijks nog een gezond evenwicht. Door deze verstoring zullen ziekten, plagen en gebreksziekten gemakkelijk toe kunnen slaan, met soms grote gevolgen. Universele meststoffen zijn dus onontbeerlijk in ons gecultiveerde klimaat.  De markt wordt echter overspoeld met meststoffen voor één bepaald doel. De één is gefocust op een NPK toegift, de ander op micronutriënten. Dat leidt vaak tot een te eenzijdige voeding met een teleurstellend resultaat. Een meststof in dit 'gecultiveerde klimaat' moet alle benodigde primaire, secundaire meststoffen én micronutriënten bevatten. Met een gereguleerde afgifte liefst. Kortom alles wat nodig is om het gewas vitaler te maken en de groei te stimuleren.
Bovenstaande wil zoveel zeggen als dat een klassieke, commerciële meststof (vloeibaar of in vaste vorm) onder de vorm van een N-P-K samenstelling op termijn dus niet voldoet. Tenminste als we er van uit gaan dat het substraat waarin de bonsai staat een aangepast bonsai substraat is. Met substraat bedoel ik elk groeimedium dat voldoende afwatert, voldoende luchtig is en blijft, en voldoende in staat is om voedingsstoffen én water op te slaan en ook kan vrijgeven. Deze drie samen vereist een substraat dat weinig of geen organisch materiaal bevat. Geen potgrond dus. Waarom? Omdat het substraat op zich dan veel beter te controleren en te doseren is naar watergift en bemesting toe. Hoe meer variabelen hoe minder controle en hoe meer onzekerheid en risico er is op waterzieke grond en grond waarin te snel teveel voedingszouten opgestapeld raken.

Om het gemis aan organisch materiaal en voedingsstoffen in zo'n substraat te compenseren, moeten we een bemesting voorzien die dat wel kan aanvullen. Opnieuw wordt het dan duidelijk dat een klassiek NPK meststof niet zal voldoen. Het gebrek aan voedingsstoffen (andere dan NPK) zal in zo'n substraat ook gemiddeld sneller opvallen.

Conclusie: een modern bonsaisubstraat vereist de facto een beter uitgebalanceerde meststof, NPK aangevuld met sporenelementen/micronutriënten (zoals boor, mangaan, molybdeen, zink, ijzer...). Tegelijk met een goede bemesting, moet de watergift aangepast worden bij een modern substraat. Wat zoveel betekent als meer water geven. Teveel water geven kan bijna niet meer, gezien zo'n substraat nooit waterziek kan worden.

Dergelijke meststoffen worden aangeboden via diverse merken, al moet je daar even naar op zoek. Ook organische meststoffen bevatten vaak dergelijke aanvullende voedingsstoffen en/of sporenelementen.

kijken op verpakkingen dus als u op zoek gaat naar meststoffen. Sommige zijn bedoeld om frequent te gebruiken, andere zijn bedoeld om slechts enkele malen toe te dienen (langzame werking).

dinsdag 3 januari 2012

Bonsai: mijn tweede meidoorn

uit de "meidoorn symphony, nr 2, in C majeur"

Waarmee ik zoveel bedoel als 'mijn tweede meidoorn', in navolging van eerdere blog over mijn andere meidoorn. Deze heb ik sinds mei 2008, vrij kaal startmateriaal dat ik overnam van een bonsai'vriend' die helaas de hobby ondertussen niet meer beoefent. In ieder geval, het is een uitgegraven meidoorn, ik schat 10 à 15 jaar oud bij uitgraven. Ondertussen is de 'look' al vrij ingrijpend veranderd, en al wat meer fijnere vertakking, al moet er nog een hele weg afgestapt worden voor we werkelijk van verfijning kunnen spreken. Ik maakte er opnieuw eens een virtuele oefening van een uurtje van, toen ik de fotoserie van deze boom aan het bekijken was. Spelen met de idee van wat dode takken en dood hout in de top dus. Geeft alvast wel een heel ander beeld en evenwicht aan de kruin, ziet er plots compleet anders uit. Een duidelijke structuur zeg maar, waarvan je zou geloven dat de boom er lang heeft over gedaan om er zo uit te zien. Da's het doel van miniatuurbomen natuurlijk om er 'oud' en 'geloofwaardig' uit te zien. Dood hout bij loofbomen is weliswaar wat delicater (geen natuurlijke bescherming tegen de weerselementen zoals hars bij naaldbomen) en komt wat minder voor; dus als we het doen, moet het een duidelijke meerwaarde hebben en zeker niet alle loofbomen lenen zich daarvoor, eerder de soorten die er van nature wat dramatischer uitzien (zoals meidoorn, bij eik is het zelfs typisch dat oudere exemplaren dode takken hebben in de toppen van de kruin,..).

De foto's dan: foto 1: mei 2008 / foto 2: 2009 / foto 3 en 4: 2011 / foto 5 : virtuele bewerking, op basis van huidige vorm met enkel wat toevoeging van loof om de verwijderde top te camoufleren / foto 6: virtuele bewerking zonder toevoegingen (enkel dood hout gemaakt van top en takken)

Geniet, met mate !








bonsai en Japanse terminologie

jin, shari, sharimiki, nebari, shakan, chokkan, kabudachi, hokidachi, yamadori, en nog tientallen andere termen voor het benoemen en beschrijven van bonsai-stijlen, wortelvoet, stam, dood hout, noem maar op.

Deze termen gebruik ik bewust niet vaak, of mijd ik zelfs liever, omdat ik deze blog wat open wil houden en ik er geen meerwaarde in zie om japanse terminologie gewoon over te nemen. Ik pleit dus af en toe wel een beetje voor een vernederlandsing of vervlaamsing van bonsai. Het voelt vreemd aan als ik buiten op mijn terras bezig ben met mijn eigehandig gekweekte of gevormde inheemse boompjes en ik zou denken 'hmmm aan die nebari moet ik toch nog iets doen'...

Ik spreek of denk dus niet in japanse termen om onze inheemse bomen te beschrijven of om bonsai als hobby hier, in België, te beleven. En is het trouwens ook geen japanse traditie (ludiek) om ook westerse ideeën te copiëren, maar er dan een eigen japanse stempel op te zetten? Voorts houden de meesten van ons er hier ook geen traditionele oosterse levenswijze of tradities op na, dus laten we dan ook geen mal figuur slaan door enkel en alleen wat japanse terminologie over te nemen, als zouden we zonder die enkele tientallen woordjes japans geen miniatuurboompjes kunnen creëren. Als buurman Jos al in zijn woordenboek moet kijken als hij op zijn eerste clubvergadering te horen krijgt om eens te zien of de nebari van zijn boompje ok is, zijn we ver van huis. Behalve wat valse schaam creëren bij Jos, en wat gelach van andere ingewijde leden als Jos komt vragen wat nebari betekent, bereik je daar niets mee. Sommige houden natuurlijk van de mystifiëring van bonsai. Ik niet.

Dood hout (tak of stam), wortelvoet, hellende stijl, doet het voor mij even goed. Bonsai als hobby of 'kunst' 'is universeel maar we hebben daarom geen nood aan mystifiëring of overname van japanse terminologie. Laten we doen zoals japanners zelf, we copiëren de goede ideeën, de basis die ons verderbrengt, maar we zetten er gewoon ons eigen stempel op. Er is geen andere manier, als we met onze eigen bomen en onze eigen inzichten en creativeit iets willen bereiken. Eigenheid.

Gek genoeg kan ik met het woord 'bonsai' wel leven, of moet ik vanaf nu zeggen 'miniatuurboom'? Er valt wel iets te zeggen over gebruiken van universele 'bonsaiterminologi' in kader van internationale tentoonstellingen e.d. Uitsluitend hier zie ik een eventuele meerwaarde. Maar is 'esperanto' ook geen universele taal? Helaas, wie gebruikt dit of wie kent dat überhaupt. Voorts dingen de meeste amateurs en hobbyisten volgens mij niet mee naar de hoofdprijs op een internationale tentoonstelling, dus wat levert het buurman Jos uiteindelijk op.

De beste wensen voor een nieuw en gelukkig jaar vol miniatuurbomen.

dinsdag 27 december 2011

Bonsai: jong geleerd is oud gedaan?

Ik heb al eens een blogpost geplaatst over een bonsai lijsterbesje, en deze foto was van tijdens het uitgraven ervan. Mijn zoontje heeft de microbe ook al te pakken? misschien wat aangemoedigd, al wou hij dolgraag papa helpen :-). Wordt een mooie familietraditie, bonsai van vader op zoon...

maandag 26 december 2011

Bonsai: Meidoorn in virtuele realiteit

Overvloedige spijs en drank, koffie en taart... geef toe, Kerst heeft toch iets Breugheliaans... maar échte bonsailiefhebbers trotseren alle koffie- en taartoprispingen, en pijnigen op 26 december datgene dat dan nog overblijft van hun creatieve linker hersenhelft; dat beetje dat niet is beginnen lijken op taartvulling.

Back to bonsai, namelijk één van mijn 2 éénstijlige meidoorns. Eentje dat ik al meer dan tien jaar heb, en eigenhandig uitgegraven heb, 't is te zeggen, met hulp van mijn vader. Daar hoort eigenlijk ook een schitterende anekdote bij maar deze ga ik hier niet onthullen. Nu, na vele jaren van zwakke hergroei en terug aansterken (nooit meer in vollegrond herplant), was 2011 eindelijk een echt 'topjaar' voor dit boompje. Zoals een topwijnjaar voor druiven dat is zeg maar. Ik heb hem in 2011, zoals meerdere andere van m'n bonsai, verplant in een nieuw substraat, en de bemesting ook drastisch verhoogt. Gevolg was 3 x snoei dit jaar. Dit boompje was/is een langetermijnplannetje, maar als hij vanaf nu elk jaar even sterk zal groeien zoals dit jaar, wordt het misschien wel kortetermijn. Vertaald naar bonsai betekent kortetermijn voor mij dan 2 à 3 jaar. Anders, minstens 5 jaar. En dat, om te komen tot wat zou lijken op mijn 'virtuele oefening' die ik ervan maakte. Ik toon het aan de hand van onderstaande foto's: de niet-virtuele foto's tonen evolutie van dit jaar, en de rest... dat zou dus één van de mogelijkheden zijn. De andere mogelijkheid is veel minder drastisch, namelijk recht laten staan en de onderste linker tak gewoon laten staan, maar dat lijkt me meer en meer een 'saai' idee.